Lesprogramma

In september 2018 gaat het eerste lesjaar van start. Het lesprogramma van Figura beslaat twee jaren. In de opleiding komen vijf leerpunten aan de orde (die in onderstaande volgorde in het lesprogramma geïntroduceerd worden):

1.     Ijkpunten in het profiel van het model

2.     structuur, middenlijn

3.     gesture (houding)

4.     proportie en dimensie

5.     transities en rendering (subtiele overgangen van vormen, het werk aan het oppervlak)

 

Het lesaanbod bestaat uit:

1.     modeltekenen (met potlood en houtskool)

Tijdens de opleiding vormen de tekenlessen een belangrijk onderdeel van het sculpture programma. Door te tekenen leren studenten vormen te memoriseren, ze leren een complexe vorm te vereenvoudigen tot hoofdlijnen, en die hoofdlijnen op te breken tot in de kleinste details. Tekenen op het platte vlak is een uitgelezen training van het observatievermogen.

2.     modelboetseren (portret, figuur, torso in klei)

Net als bij modeltekenen gaat het ook bij modelboetseren om het uittekenen van een lijn, een profiel, maar dan in klei. Het enige verschil is dat sculptuur te maken heeft met ruimte, diepte. Iedere getekende lijn moet dus ook in de ruimte een plek krijgen.

3.     Anatomie

Kennis van het menselijk skelet en de spieropbouw ondersteunt de observatie. Bovendien reikt de cursus vocabulaire aan dat studenten helpt om wat ze observeren ook te kunnen benoemen. In het eerste jaar wordt de menselijke anatomie bestudeerd aan de hand van tekeningen, in het tweede jaar worden er driedimensionale studies gemaakt.

4.     Mallen maken

Aan het eind van beide jaren is er een cursus mallen maken en gieten. Het eerste jaar in gips, het tweede jaar in brons, in samenwerking met een bronsgieter.

5.     Kunstbeschouwing

Figura brengt studenten in contact met bijzondere gipsotheken, waaronder die van het Allard Pierson in Amsterdam, het Sculptuur Instituut van Beelden aan Zee in Scheveningen en de gipscollectie van The Florence Academy of Art. Kunstgeschiedenis komt aan de orde in het kader van museumbezoek. Er is aandacht voor drie periodes: de klassieke en hellenistische beeldhouwkunst, de periode van de renaissance tot de klassieke academie en de laatste honderd jaar Nederlandse beeldhouwkunst.

Studieprojecten

Het werk dat studenten gedurende het curriculum maken, betreft schaal 1:2, met uitzondering van het portret en de torso. Die projecten zijn beide levensgroot. Er worden in de opeenvolgende projecten steeds nieuwe aandachtspunten geïntroduceerd. Bij alle projecten wordt gewerkt naar model. Alleen in het eerste trimester werken studenten aan korte gipsstudies.

Portfolio en voortgang

In de laatste week van elk trimester wordt gewerkt aan het portfolio. Studenten presenteren vervolgens hun werk aan de docenten in een eindbespreking. Resultaten worden besproken aan de hand van criteria die de leerdoelen toetsen en de student krijgt advies over de voortgang. Als de student zijn leerdoelen niet haalt en in andere opzichten in gebreke blijft (gedrag, presentie, motivatie, etc.) dan kan hem in die beoordeling ontraden worden zijn opleiding te vervolgen.